Schrijftips

Hoe schrijf je een goed verhaal? Waar moet je op letten qua originaliteit, qua techniek, qua voorbereiding? Lees de schrijftips voor het schrijven van fictie van onze auteurs, de tips voor het schrijven van non-fictie en algemene tips van onze redactie.

Voor het schrijven van fictie

Helga Ruebsamen

  • Zoek een plek op waar je geen afleiding hebt. Ik zak zelf altijd af naar de kelder, omdat uitzicht voor mij fataal is. In de kelder is er niets anders dan het scherm van de computer om naar te kijken.
  • Laat je werk door anderen lezen en bekritiseren. Je leert ervan als je stukken door anderen aan flarden worden geschrapt.
  • Wees zelf ook kritisch op je werk. Het hoeft niet in een keer perfect te zijn.
  • Wees origineel. Probeer je door een groot schrijver alleen te laten inspireren, probeer niet te imiteren. Ontwikkel je eigen handschrift.
  • Zoek het voor jouw verhaal meest geschikte vertelperspectief.

P.F. Thomése

  • Realiseer je dat wat je schrijft impact heeft op je omgeving. Wees voorbereid op onvoorspelbare reacties.
  • Bereid je voor op het schrijven van je verhaal. Voor Zuidland heb ik bijvoorbeeld veel petites histoires eromheen gelezen.
  • Werk vanuit je intuïtie.
  • Ga buiten de gebaande paden. Trek je niets aan van 'regeltjes'.

Renate Dorrestein

  • In de hele wereldliteratuur bestaat slechts één soort plot, namelijk het conflict. De basispremisse van fictie is: 'Iemand wil iets, maar kan dat niet of slechts met de grootste moeite verwezenlijken.' Het is dan ook de taak van de schrijver om obstakels op te werpen.
  • Er is geen emotie waarvoor je in je werk terug hoeft te deinzen. Zolang het maar specifieke, direct uit het verhaal voortvloeiende gevoelens zijn, kun je zo extreem zijn als je wilt.
  • Let op samenhang in je proza. In een geslaagd verhaal heeft iedere handeling consequenties. Niets gebeurt zomaar. Er is een reden voor elke gebeurtenis.
  • Zorg dat je consequent bent op het gebied van perspectief. Per afgeronde scène één 'verteller' werkt het best.
  • Schrijven is in de eerste plaats: emoties genereren bij anderen. Niet de schrijver moet vertederd zijn, of geamuseerd, maar de lezer. Bij het tot stand brengen van de juiste emotionele zeggingskracht moet je zowel specifiek als evocatief zijn. Je moet niet benoemen, maar tonen: 'Het meisje had heimwee' is niet even tonend als 'Zij had heimwee naar haar hamster'.
  • Verstevig de vertelwerkelijkheid. Gebruik bestaande plaatsen, of bekende merken. Een verhaal met levensechte accenten kan daadwerkelijk een eigen leven gaan leiden.
  • Een zekere mate van onvoorspelbaarheid of ondoorgrondelijkheid maakt romanfiguren pas authentiek. Ze hoeven niet de hele tijd 'karaktervast' te zijn. Personages worden heel wat echter als ze af en toe inconsequent mogen zijn.
  • Schrijf alleen zinnen die iets bijdragen aan de opbouw, hetzij aan de afwikkeling van de plot.
  • Het einde van het verhaal mag wel verrassen, maar nooit verbijsteren. Anders wordt de geloofwaardigheid van het verhaal vermorzeld.
  • Een vorm met beperkingen zorgt voor een steviger karkas dan een vorm met onbegrensde mogelijkheden. Een van de elementen tijd, plaats en handeling zoveel mogelijk inperken, is dan ook raadzaam.
  • Zorg dat je de juiste stijlmiddelen gebruikt en gebruik ze niet onnodig. Beeldspraak moet het verhaal vooruit helpen, niet de aandacht opeisen. En op momenten dat het verhaal een aangrijpende wending neemt, kun je het best maar zo karig mogelijk schrijven.
  • Voor de lezer is het belangrijk duidelijkheid te hebben over de tijd waarin het verhaal speelt, anders mist hij een belangrijk referentiekader. Hou het simpel: de personages kijken naar de eerste maanlanding, of ze stalken Linda de Mol. Ze sturen een telegram of ontvangen een e-mailtje. Maar bovenal moeten de emotionele besognes kloppen in het tijdbeeld.
  • Ook de plaats van handeling moet zo concreet mogelijk in beeld worden gebracht, opdat de lezer zich een ruimtelijke voorstelling kan maken van de vertelwerkelijkheid. Gebruik hiervoor specifieke woorden. Door steeds een specifiek woord te gebruiken dat een niet mis te verstaan beeld bij de lezer oproept, bespaart de schrijver hen beiden veel uitweidingen, toevoegingen en bijvoeglijke naamwoorden.
  • Kies de juiste werkwoorden om de handeling in één klap aanschouwelijk te maken. Goed gekozen werkwoorden maken de dingen 'zichtbaar'. Denk hierbij ook aan de lichaamstaal van de personages.
  • Streef bij het schrijven van een dialoog niet na dat de personages klinken als echte mensen. Een fictieve dialoog lijkt in het niets op een echt gesprek. Romanfiguren leuteren nooit.

Voor het schrijven van non-fictie

Voor het schrijven van non-fictie gelden dezelfde basisregels als voor het schrijven van fictie: ontwikkel je eigen handschrift, kies je woorden zorgvuldig, gebruik geen onnodige beeldspraken, en herschrijf je eigen werk. Hieronder volgen nog enkele specifieke tips voor het schrijven van non-fictie.
  • Zorg dat je non-fictie eenheid vertoont. Beslis wat voor soort artikel je wilt schrijven en hou je daaraan.
  • Baken je onderwerp goed af. Het is beter om een klein onderwerp te hebben en dit uitputtend te bespreken, dan een groot onderwerp dat niet uitvoerig genoeg besproken wordt.
  • Bepaal welk punt je wil maken in je artikel. één nieuw provocerend idee is al voldoende.
  • De introductie moet de lezer nieuwsgierig maken naar het artikel. Deze moet de lezer ook uitleggen wat de aanleiding voor het schrijven van het artikel was en waarom het gelezen moet worden.
  • Iedere paragraaf moet op de vorige voortbouwen. Let vooral op de laatste zin van de paragraaf. Die moet een springplank zijn naar de volgende paragraaf en de lezer geïnteresseerd houden. Hou de paragrafen kort.
  • Goede non-fictie leest als goede fictie. Probeer de informatie in een narratieve vorm te gieten.
  • Eindig je artikel op het juiste punt. Blijf niet eindeloos doorschrijven. Als je alle feiten hebt beschreven en je punt hebt gemaakt, moet je naar het einde toewerken. Vat het artikel niet samen, dat is niet interessant voor de lezer. De laatste zin moet een verassing zijn.
  • Leuk het artikel op met citaten. Interview mensen en citeer hen in het werk. Je kunt het nooit zo mooi of levendig zeggen als zijzelf.
  • Doe wat huiswerk voordat je gaat interviewen. Zorg dat je iemands achtergrond en andere relevante informatie weet. Schrijf wat vragen op en neem die mee.
  • Als je een plaats beschrijft die niet essentieel is voor het verhaal, hou het dan kort. Als je een reisartikel schrijft, vertel de lezer dan wat jouw reis anders maakte.
  • Probeer niet clichématig te schrijven over plaatsen. Een 'aantrekkelijk plaatsje' of 'romantisch stadje' zijn subjectieve beschrijvingen. Probeer de eigenschappen van de plaats, stad of het strand te vinden die onderscheidend zijn en beschrijf die eigenschappen.
  • Als je iets technisch of wetenschappelijks wilt beschrijven, ga er dan vanuit dat de lezer niets weet. Beschrijf je lezer stap voor stap hoe het proces werkt.
  • Maak wetenschap toegankelijk voor de lezer door te schrijven als een persoon, niet als een wetenschapper.
  • Humor is het geheime wapen van de non-fictieschrijver. Gebruik humor om je serieuze punt over te brengen.

Van de redactie

De redacteuren Erna Staal en Josje Kraamer zullen de inzendingen jureren. Lees hier hun tips voor het schrijven van een verhaal en een aantal algemene tips.
  • Schrijf veel. De enige manier om te leren schrijven is door het veel te doen.
  • Vind de juiste vorm voor jouw verhaal. De meeste auteurs schrijven maar over een è twee basisthema's en in maar een genre, soms twee. Als jij meestal literaire fictie leest, dan betekent dit misschien wel dat jouw vorm ook literaire fictie is.
  • Als je vastloopt met je verhaal, neem dan even afstand.
  • Censureer je eigen werk niet. Zet je over je gêne heen en gebruik de gevoelens die je hebt. Geef jezelf toestemming om alles te vertellen.
  • Kijk niet naar de bestsellerlijst als indicatie voor wat je moet schrijven. Redacteuren zijn altijd op zoek naar iets unieks. Schrijf het boek dat je zelf zou willen lezen en wees origineel.
  • Stel je werk niet uit omdat je niet de juiste pen, het juiste papier, of de juiste laptop hebt. Als je echt wilt, kunt en moet schrijven, dan is het enige wat je nodig hebt een papiertje en een potlood.
  • In Nederland is het nog niet heel erg gebruikelijk, maar het kan handig zijn om een agent te vinden. Deze kan jouw werk naar de uitgeverijen sturen en dit legt soms meer gewicht in de schaal dan wanneer je zelf jouw eigen werk instuurt.
  • Als je telkens afwijzingsbrieven ontvangt, kan het zinvol zijn een schrijfcursus te volgen om te ontdekken waar het aan schort.
  • Geef niet op als je een aantal afwijzingsbrieven krijgt. Meestal voorspelt de volharding van een auteur diens succes.

Presenteertips

Na maanden zwoegen is het eindelijk zover: je boek is af. Maar wat nu? Hoe zorg je dat jouw geesteskind gepubliceerd wordt? Vaak zit er niks anders op dan je manuscript ongevraagd naar diverse uitgeverijen te sturen. Wat zijn de tips van onze redactie voor het insturen van een ongevraagd manuscript? Hoe presenteer je je het beste in de begeleidende brief?
  • Kijk allereerst op de website van de uitgeverij. Hier staan vaak hun regels voor het inzenden van een manuscript. Als je je daar niet aan houdt, heb je kans dat je het manuscript ongelezen terugkrijgt.
  • Schrijf een beleefde brief. Gebruik hierin de stijl die je ook in je werk gebruikt.
  • Het lijkt misschien overbodig, maar zorg dat er geen spelfouten in je brief staan. Vooral niet in de naam van de geadresseerde.
  • Het is goed om trots te zijn op je manuscript. Maar bestempel het niet zelf al als 'een meesterwerk', 'een gegarandeerd verkoopsucces', 'briljant' of iets van die strekking. Het is beter om je bescheiden en zakelijk op te stellen.
  • Wees coöperatief: zeg niet direct dat er niks aan het boek veranderd mag worden, of dat je al een promotieplan of omslag hebt.
  • Leg in je begeleidende brief uit wie je bent, waarom je schrijft, en waarom je dit manuscript naar deze uitgeverij hebt gestuurd.
  • Meestal ontvang je een ontvangstbevestiging met een indicatie hoe lang het duurt voor je manuscript beoordeeld wordt. Ga niet bellen of e-mailen om te vragen hoe lang het nog duurt. Als je niks hebt gehoord, heeft de redacteur je manuscript nog niet gelezen. En vanwege de drukte op een uitgeverij is het vaak niet mogelijk om te zeggen wanneer het manuscript dan wel gelezen wordt.
  • Stuur je manuscript naar meerdere uitgeverijen, bijvoorbeeld naar een uitgeverij in een groot concern, een zelfstandige uitgeverij en een regionale uitgeverij. Als je een contract krijgt aangeboden, laat dit dan aan de andere uitgeverijen weten.
Helaas worden de meeste manuscripten retour gezonden. Maar als jouw manuscript wel wordt uitgegeven, dan heb je wellicht iets aan de volgende tips.
  • Blijf vooral jezelf.
  • Bereid je goed voor op een gesprek. Zorg dat je zelf weet wat je wil met je boek, maar sta ook open voor suggesties van de redacteur.
  • Als je een tijdje niks van je redacteur hoort, raak dan niet in paniek. Redacteuren doen veel meer dan alleen een manuscript redigeren, en hun tijd moet verdeeld worden. Het betekent niet dat er niet aan het manuscript gewerkt wordt.
  • Laat de redacteur weten wanneer je werk inlevert. Dan kan zij het redigeren inplannen.
  • Realiseer je dat een boek uitgeven niet per se je leven verandert. Soms loopt het uit op een teleurstelling. Besef dat niet ieder boek een bestseller wordt.
  • De uitgeverij werkt hard aan de pr voor het boek, maar je kunt ook zelf veel doen om je eigen werk te promoten. Je kunt lezingen geven in je plaatselijke bibliotheek, school of kerk. Zo krijg je mond-tot-mondreclame.
  • Als je non-fictie schrijft, dan kun je ook zelf je boek naar gespecialiseerde tijdschriften, organisaties, en nieuwsbrieven sturen. Wie weet zijn ze geïnteresseerd in een interviews of een recensie. Ook online zijn er veel gespecialiseerde groepen die geïnteresseerd kunnen zijn in jouw werk.

Bronvermelding

  • Dorrestein, Renate. Het geheim van de schrijver. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 2002.
  • Lerner, Betsy. The Forest for the Trees: An Editor's Advice to Writers. New York: Penguin, 2000.
  • Peters, Arjan. 'Helga Ruebsamen. Wat ik schrijf zijn oefeningen voor het volmaakte verhaal'. Het woord is aan de schrijver. Interviews. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 2005.
  • Peters, Arjan. 'P.F. Thomése. Literatuur is niet verheven. Het is een strohalm voor schrijver en lezer, een doekje voor het bloeden'. Het woord is aan de schrijver. Interviews. Amsterdam: Uitgeverij Contact, 2005.
  • Zinsser, William. On Writing Well: The Classic Guide to Writing Nonfiction. New York: HarperCollins, 2006.